Wim's talk

In Perspectief - Item gefilterd op datum: januari 2014
zondag, 19 januari 2014 10:50

God heeft de tijd (7) God en de tempel...

Koning Salomo mag voor God een tempel bouwen in Jeruzalem. Hij heeft er zeven jaar aan gebouwd en het is eindelijk af. Nadat hij het af heeft verschijnt God aan Salomo en doet hem een bijzondere belofte. In 2 Kronieken 7: 15-16 “Thans zullen mijn ogen geopend zijn, en zullen mijn oren luisteren naar het gebed te dezer plaatse. Thans heb Ik dit huis verkoren en geheiligd, opdat mijn naam daar zij tot in eeuwigheid”.

Bij de inwijding van de tempel houdt Salomo een toespraak voor het volk, hij zegt daar: “De HERE heeft gezegd in donkerheid te willen wonen; voltooid heb ik de bouw van het huis U ter woning, een vaste plaats om daar eeuwig te wonen” (1 Koningen 8: 12-13)

Toch wordt de tempel van Salomo verwoest. En ook de tempel die daarna wordt gebouwd en er stond in Jezus dagen is verwoest.

God woonde in de tempel, maar niet voor altijd. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan een uitspraak die Jezus deed tegenover een Samaritaanse vrouw: “Geloof mij vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden.” Deze tijd was al heel snel. In het jaar 70 na Christus wordt de tempel in Jeruzalem verwoest door de Romeinen. Stefanus bevestigt later de uitspraak die Jezus eerder gedaan had. Hij was opgepakt en moest voor de Joodse Raad komen. Hij mocht een verdedigingsrede houden. In deze rede probeert hij uit te leggen vanuit de geschiedenis van Israël dat Jezus echt de beloofde Messias is. Een opmerkelijke uitspraak aan het einde van zijn rede is: “De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt” (Hand. 7:48). Als Paulus jaren later op een van zijn zendingsreizen in Athene komt en daar een toespraak houdt tegenover een grote groep Griekse denkers sluit ook hij hier op aan, en zegt: “De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt”. (Hand. 17:24)

De olam duurt ongeveer 1000 jaar.

(wordt vervolgd)

 

Gepubliceerd in Blog
zondag, 19 januari 2014 10:50

God heeft de tijd (7) God en de tempel...

Koning Salomo mag voor God een tempel bouwen in Jeruzalem. Hij heeft er zeven jaar aan gebouwd en het is eindelijk af. Nadat hij het af heeft verschijnt God aan Salomo en doet hem een bijzondere belofte. In 2 Kronieken 7: 15-16 “Thans zullen mijn ogen geopend zijn, en zullen mijn oren luisteren naar het gebed te dezer plaatse. Thans heb Ik dit huis verkoren en geheiligd, opdat mijn naam daar zij tot in eeuwigheid”.

Bij de inwijding van de tempel houdt Salomo een toespraak voor het volk, hij zegt daar: “De HERE heeft gezegd in donkerheid te willen wonen; voltooid heb ik de bouw van het huis U ter woning, een vaste plaats om daar eeuwig te wonen” (1 Koningen 8: 12-13)

Toch wordt de tempel van Salomo verwoest. En ook de tempel die daarna wordt gebouwd en er stond in Jezus dagen is verwoest.

God woonde in de tempel, maar niet voor altijd. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan een uitspraak die Jezus deed tegenover een Samaritaanse vrouw: “Geloof mij vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden.” Deze tijd was al heel snel. In het jaar 70 na Christus wordt de tempel in Jeruzalem verwoest door de Romeinen. Stefanus bevestigt later de uitspraak die Jezus eerder gedaan had. Hij was opgepakt en moest voor de Joodse Raad komen. Hij mocht een verdedigingsrede houden. In deze rede probeert hij uit te leggen vanuit de geschiedenis van Israël dat Jezus echt de beloofde Messias is. Een opmerkelijke uitspraak aan het einde van zijn rede is: “De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt” (Hand. 7:48). Als Paulus jaren later op een van zijn zendingsreizen in Athene komt en daar een toespraak houdt tegenover een grote groep Griekse denkers sluit ook hij hier op aan, en zegt: “De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt”. (Hand. 17:24)

De olam duurt ongeveer 1000 jaar.

(wordt vervolgd)

 

Gepubliceerd in Wim's talk

Misschien ten overvloede nog wat teksten uit het oude testament waar het woord 'olam' gebruikt wordt, maar waar het onmogelijk de betekenis van 'eindeloos' kan hebben. Ik citeer uit de NBG vertaling. Het woord olam heb ik steeds onderstreept.

  • Jona 1:17 “En de HERE beschikte een grote vis om Jona in te slokken; en Jona was in het ingewand van de vis drie dagen en drie nachten”.

Nadat Jona uit de vis tevoorschijn is gekomen is hij enorm opgelucht. In Jona 2 vinden we zijn reactie naar God toe. Jona schrijft onder meer in Jona 2: 6 “Tot de grondvesten der bergen zonk ik neer; de grendelen der aarde waren voor altoos achter mij. Toen trokt Gij mijn leven uit de groeve omhoog, o HERE, mijn God!”

De olam duurt hier 3 dagen en drie nachten.

  • In Exodus 21 gaat het over de rechten van Hebreeuwse slaven. Als een slaaf zes jaar gediend heeft mag hij het zevende jaar als een vrij man vertrekken. Maar als hij in die zes jaar getrouwd is en kinderen heeft mogen die niet vertrekken. Hij mag in zijn eentje vertrekken. Mocht hij dan toch maar liever bij zijn vrouwen en kinderen blijven dan mocht dat. Dan kreeg hij met een priem een gaatje in zijn oor. Hoe dit in zijn werk ging leven we in Exodus 21:6

“Dan zal zijn heer hem bij de goden brengen, hij zal hem bij de deur of de deurpost brengen, en zijn heer zal zijn oor met een priem doorboren en hij zal hem voor altijd dienen.”

De olam duurt hier de rest van de slaaf zijn aardse leven.

(wordt vervolgd)

Gepubliceerd in Blog

Misschien ten overvloede nog wat teksten uit het oude testament waar het woord 'olam' gebruikt wordt, maar waar het onmogelijk de betekenis van 'eindeloos' kan hebben. Ik citeer uit de NBG vertaling. Het woord olam heb ik steeds onderstreept.

  • Jona 1:17 “En de HERE beschikte een grote vis om Jona in te slokken; en Jona was in het ingewand van de vis drie dagen en drie nachten”.

Nadat Jona uit de vis tevoorschijn is gekomen is hij enorm opgelucht. In Jona 2 vinden we zijn reactie naar God toe. Jona schrijft onder meer in Jona 2: 6 “Tot de grondvesten der bergen zonk ik neer; de grendelen der aarde waren voor altoos achter mij. Toen trokt Gij mijn leven uit de groeve omhoog, o HERE, mijn God!”

De olam duurt hier 3 dagen en drie nachten.

  • In Exodus 21 gaat het over de rechten van Hebreeuwse slaven. Als een slaaf zes jaar gediend heeft mag hij het zevende jaar als een vrij man vertrekken. Maar als hij in die zes jaar getrouwd is en kinderen heeft mogen die niet vertrekken. Hij mag in zijn eentje vertrekken. Mocht hij dan toch maar liever bij zijn vrouwen en kinderen blijven dan mocht dat. Dan kreeg hij met een priem een gaatje in zijn oor. Hoe dit in zijn werk ging leven we in Exodus 21:6

“Dan zal zijn heer hem bij de goden brengen, hij zal hem bij de deur of de deurpost brengen, en zijn heer zal zijn oor met een priem doorboren en hij zal hem voor altijd dienen.”

De olam duurt hier de rest van de slaaf zijn aardse leven.

(wordt vervolgd)

Gepubliceerd in Wim's talk
woensdag, 15 januari 2014 09:47

WWLD... What Would Luther Do?

Als wat jullie zeggen waar is, waarom hoor je dit dan zo weinig in de kerk? Wil je dan zeggen dat de kerken het allemaal fout zien? Met andere woorden: wees niet zo eigenwijs en voeg je naar de traditionele leer...

What would Luther do?

Luther spreekt op de Rijksdag te Worms (18 april 1521)

“Alleen getuigenissen van de Heilige Schrift of duidelijke bewijzen kunnen mij in het ongelijk stellen. Want niet de paus, noch de concillies kunnen mij overtuigen, omdat het vaststaat dat zij zich herhaaldelijk hebben vergist en zichzelf hebben tegengesproken. De door mij aangehaalde passages in de Bijbel hebben mij dit inzicht gebracht. En aangezien mijn geweten bepaald wordt door Gods woord, kan ik en wil ik niets herroepen, omdat het gevaarlijk en onmogelijk is om tegen het geweten in te handelen. God helpe mij. Amen.”

(K. Bornkamm, G. Ebeling, Martin Luther, Ausgewählte Schriftten, Band 1, Aufbruch zur Reformation. Frankfurt am Main 1995)

Het antwoord van de gevestigde macht, keizer Karel de vijfde op de toespraak van Luther (19 april 1521):

“Naar het voorbeeld van mijn christelijke voorouders heb ik steeds geleefd. Zo ben ik nu vastbesloten vast te houden aan de leer van de katholieke kerk. Want het is zeker dat één enkele broeder dwaalt, als hij zich keert tegen de mening van de gehele christenheid, omdat die christenheid ander duizend jaar of nog langer zou moeten gedwaald hebben. Nadat we gisteren de rede van Luther hebben gehoord, zeg ik u dat ik het betreur zo lang te hebben geaarzeld tegen hem op te treden. Ik zal hem nooit weer horen. Hij moge zijn vrijgeleide hebben! Maar ik zal hem voortaan als notoire ketter beschouwen en hoop dat u allen als goede christenen hetzelfde zult doen” (klinkt bekend)

(W. Verrelst, Reformatie en katholieke herleving 16e-18e eeuw, Amsterdam 1974)

Gepubliceerd in Blog
woensdag, 15 januari 2014 09:47

WWLD... What Would Luther Do?

Als wat jullie zeggen waar is, waarom hoor je dit dan zo weinig in de kerk? Wil je dan zeggen dat de kerken het allemaal fout zien? Met andere woorden: wees niet zo eigenwijs en voeg je naar de traditionele leer...

What would Luther do?

Luther spreekt op de Rijksdag te Worms (18 april 1521)

“Alleen getuigenissen van de Heilige Schrift of duidelijke bewijzen kunnen mij in het ongelijk stellen. Want niet de paus, noch de concillies kunnen mij overtuigen, omdat het vaststaat dat zij zich herhaaldelijk hebben vergist en zichzelf hebben tegengesproken. De door mij aangehaalde passages in de Bijbel hebben mij dit inzicht gebracht. En aangezien mijn geweten bepaald wordt door Gods woord, kan ik en wil ik niets herroepen, omdat het gevaarlijk en onmogelijk is om tegen het geweten in te handelen. God helpe mij. Amen.”

(K. Bornkamm, G. Ebeling, Martin Luther, Ausgewählte Schriftten, Band 1, Aufbruch zur Reformation. Frankfurt am Main 1995)

Het antwoord van de gevestigde macht, keizer Karel de vijfde op de toespraak van Luther (19 april 1521):

“Naar het voorbeeld van mijn christelijke voorouders heb ik steeds geleefd. Zo ben ik nu vastbesloten vast te houden aan de leer van de katholieke kerk. Want het is zeker dat één enkele broeder dwaalt, als hij zich keert tegen de mening van de gehele christenheid, omdat die christenheid ander duizend jaar of nog langer zou moeten gedwaald hebben. Nadat we gisteren de rede van Luther hebben gehoord, zeg ik u dat ik het betreur zo lang te hebben geaarzeld tegen hem op te treden. Ik zal hem nooit weer horen. Hij moge zijn vrijgeleide hebben! Maar ik zal hem voortaan als notoire ketter beschouwen en hoop dat u allen als goede christenen hetzelfde zult doen” (klinkt bekend)

(W. Verrelst, Reformatie en katholieke herleving 16e-18e eeuw, Amsterdam 1974)

Gepubliceerd in Wim's talk
zondag, 12 januari 2014 15:13

God heeft de tijd (5) Sodom en Gomorra

Oordeel en herstel

Sodom en Gomorra

Misschien nog wel duidelijker zien we ditzelfde beeld als het gaat om het in de Bijbel beruchte Sodom. Sodom en Gomorra zijn in het dagelijks taalgebruik synoniem aan alles wat verkeerd is. Je kent het verhaal wel uit Genesis 18 en 19. In die tijd, voor de verwoesting, waren Sodom en Gomorra twee welvarende steden. Maar de inwoners geven alleen om zichzelf en laten de zwakken in hun midden creperen. Daarnaast gaan ze zich te buiten in zuippartijen en seksuele uitspattingen. God is daarom van plan de steden te verwoesten.

Onderhandelingen

Abraham probeert het nog te voorkomen. Hij gaat met God onderhandelen. De inzet van Abraham is: ‘ zult Gij de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen’ (Gen. 18: 23). God gaat in op de inzet van Abraham en antwoordt: ‘Indien Ik te Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind, zal Ik de gehele plaats vergiffenis schenken om hunnentwil’.

Je weet hoe het verder gaat. Abraham weet het aantal van vijftig uiteindelijk nog terug te brengen tot tien. Verder valt er niet te onderhandelen. Misschien wel omdat in het Joodse denken tien het minimum aantal is om nog van een volk te kunnen spreken. Je hebt om een dienst in de synagoge te kunnen houden daarom ook minimaal tien Joodse mannen nodig. Alleen Lot en zijn familie worden gered en de rest van Sodom en Gomorra worden verwoest.

Judas

In het kleine boekje Judas, het bestaat slechts uit één hoofdstuk lezen we hoe de situatie van het verwoeste Sodom en Gomorra is: “zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig (aionisch/ op dit woord kom in terug als het gaat over 'eeuwig' in het nieuwe testament, WH) vuur” (vers 7). Het ziet er voor Sodom en Gomorra dus wel heel somber uit.

Onthutsend!

Het lijkt erop dat het nooit meer goed kan komen. Maar dan stuiten we op die onthutsende profetie uit Ezechiël 16. Ga er even rustig voor zitten en lees dit hoofdstuk op je gemak door.

Gelezen?

Misschien had ik je van tevoren even moeten waarschuwen. In de eerste 44 verzen stort de Here God al Zijn frustratie uit over Jeruzalem. De stad die door God uitgekozen was als woonplaats, een geheiligde stad. Jeruzalem heeft het er helemaal bij laten zitten. Ze hebben niet geleefd als geheiligde stad, toegewijd aan de God van Israël. In tegendeel, ze zijn allemaal andere goden achterna gelopen. Hiermee hebben ze de toorn van God opgewekt (zie vers 43). Vanaf vers 44 gaat de profeet, die hier namens God aan het woord is, de situatie van Jeruzalem vergelijken met die van het vernietigde Sodom en Gomorra. De conclusie van deze vergelijking is verontrustend: “Zo waar Ik leef, luidt het woord van de HERE HERE, voorzeker, uw zuster Sodom, samen met haar dochters, heeft niet gedaan wat gij gedaan hebt, samen met uw dochters” (vers 48). Nog erger: “gij hebt meer gruwelen gedaan dan zij” (vers51).

Positief eind…

Ook in deze profetie eindigt het positief. Vanaf vers 53 gaat God een keer brengen in het lot van Jeruzalem. Dat viel te verwachten, ook vanuit de andere profeten (denk aan Jer. 31: 31-34). Maar Hij verbindt het herstel van Jeruzalem aan een daaraan voorafgaand herstel van Sodom en Gomorra! Lees maar mee in vers 53: “En Ik zal een keer brengen in haar lot, het lot van Sodom en haar dochters en het lot van Samaria en haar dochters; en tevens zal Ik een keer brengen in uw lot”.

Hoe nu verder?

Sodom / Gomorra

Wat gaat er dan gebeuren met het herstelde Sodom, Gomorra, Samaria en de dochtersteden? Ze worden, aldus vers 61, ‘dochters van Jeruzalem’. Had je dat ooit gedacht toen je Psalm 87 zong uit de liedbundel voor de kerken? Het vierde couplet gaat over de dochters van Jeruzalem: “Zij zullen saam, de groten met de kleinen, dansend de harpen en cymbalen slaan, en onder fluitspel in het ronde gaan, zingend: "In U zijn al onze fonteinen". Wie had dit gedacht na het lezen van Judas 9. Met andere woorden ‘eeuwig’ is niet altijd!

 

Gepubliceerd in Blog
zondag, 12 januari 2014 15:13

God heeft de tijd (5) Sodom en Gomorra

Oordeel en herstel

Sodom en Gomorra

Misschien nog wel duidelijker zien we ditzelfde beeld als het gaat om het in de Bijbel beruchte Sodom. Sodom en Gomorra zijn in het dagelijks taalgebruik synoniem aan alles wat verkeerd is. Je kent het verhaal wel uit Genesis 18 en 19. In die tijd, voor de verwoesting, waren Sodom en Gomorra twee welvarende steden. Maar de inwoners geven alleen om zichzelf en laten de zwakken in hun midden creperen. Daarnaast gaan ze zich te buiten in zuippartijen en seksuele uitspattingen. God is daarom van plan de steden te verwoesten.

Onderhandelingen

Abraham probeert het nog te voorkomen. Hij gaat met God onderhandelen. De inzet van Abraham is: ‘ zult Gij de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen’ (Gen. 18: 23). God gaat in op de inzet van Abraham en antwoordt: ‘Indien Ik te Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind, zal Ik de gehele plaats vergiffenis schenken om hunnentwil’.

Je weet hoe het verder gaat. Abraham weet het aantal van vijftig uiteindelijk nog terug te brengen tot tien. Verder valt er niet te onderhandelen. Misschien wel omdat in het Joodse denken tien het minimum aantal is om nog van een volk te kunnen spreken. Je hebt om een dienst in de synagoge te kunnen houden daarom ook minimaal tien Joodse mannen nodig. Alleen Lot en zijn familie worden gered en de rest van Sodom en Gomorra worden verwoest.

Judas

In het kleine boekje Judas, het bestaat slechts uit één hoofdstuk lezen we hoe de situatie van het verwoeste Sodom en Gomorra is: “zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig (aionisch/ op dit woord kom in terug als het gaat over 'eeuwig' in het nieuwe testament, WH) vuur” (vers 7). Het ziet er voor Sodom en Gomorra dus wel heel somber uit.

Onthutsend!

Het lijkt erop dat het nooit meer goed kan komen. Maar dan stuiten we op die onthutsende profetie uit Ezechiël 16. Ga er even rustig voor zitten en lees dit hoofdstuk op je gemak door.

Gelezen?

Misschien had ik je van tevoren even moeten waarschuwen. In de eerste 44 verzen stort de Here God al Zijn frustratie uit over Jeruzalem. De stad die door God uitgekozen was als woonplaats, een geheiligde stad. Jeruzalem heeft het er helemaal bij laten zitten. Ze hebben niet geleefd als geheiligde stad, toegewijd aan de God van Israël. In tegendeel, ze zijn allemaal andere goden achterna gelopen. Hiermee hebben ze de toorn van God opgewekt (zie vers 43). Vanaf vers 44 gaat de profeet, die hier namens God aan het woord is, de situatie van Jeruzalem vergelijken met die van het vernietigde Sodom en Gomorra. De conclusie van deze vergelijking is verontrustend: “Zo waar Ik leef, luidt het woord van de HERE HERE, voorzeker, uw zuster Sodom, samen met haar dochters, heeft niet gedaan wat gij gedaan hebt, samen met uw dochters” (vers 48). Nog erger: “gij hebt meer gruwelen gedaan dan zij” (vers51).

Positief eind…

Ook in deze profetie eindigt het positief. Vanaf vers 53 gaat God een keer brengen in het lot van Jeruzalem. Dat viel te verwachten, ook vanuit de andere profeten (denk aan Jer. 31: 31-34). Maar Hij verbindt het herstel van Jeruzalem aan een daaraan voorafgaand herstel van Sodom en Gomorra! Lees maar mee in vers 53: “En Ik zal een keer brengen in haar lot, het lot van Sodom en haar dochters en het lot van Samaria en haar dochters; en tevens zal Ik een keer brengen in uw lot”.

Hoe nu verder?

Sodom / Gomorra

Wat gaat er dan gebeuren met het herstelde Sodom, Gomorra, Samaria en de dochtersteden? Ze worden, aldus vers 61, ‘dochters van Jeruzalem’. Had je dat ooit gedacht toen je Psalm 87 zong uit de liedbundel voor de kerken? Het vierde couplet gaat over de dochters van Jeruzalem: “Zij zullen saam, de groten met de kleinen, dansend de harpen en cymbalen slaan, en onder fluitspel in het ronde gaan, zingend: "In U zijn al onze fonteinen". Wie had dit gedacht na het lezen van Judas 9. Met andere woorden ‘eeuwig’ is niet altijd!

 

Gepubliceerd in Wim's talk
zaterdag, 04 januari 2014 15:56

Huub Oosterhuis

Gewoon even tussendoor. Een prachtige uitspraak van Huub Oosterhuis in de Trouw van deze zaterdag:

“De Bijbel is het meest stoutmoedige verhaal uit de menselijke geschiedenis. Bedenk het eens. Dat het goed komt. Wie verzint zoiets?”

Gepubliceerd in Blog
zaterdag, 04 januari 2014 15:56

Huub Oosterhuis

Gewoon even tussendoor. Een prachtige uitspraak van Huub Oosterhuis in de Trouw van deze zaterdag:

“De Bijbel is het meest stoutmoedige verhaal uit de menselijke geschiedenis. Bedenk het eens. Dat het goed komt. Wie verzint zoiets?”

Gepubliceerd in Wim's talk