God heeft de tijd (4) voorbeelden van olam in het oude testament 161551

Ook bij Dr. Arnold Fruchtenbaum heeft het begrip olam alles te maken met tijd en niet met het concept van 'eindeloosheid'. Misschien vraag je je af: wat voor punt wil je hiermee maken? Wat maakt het nu uit?

Ik zal proberen mijn punt vanuit wat voorbeelden uit het oude testament duidelijk te maken.

In het Bijbelboek Jeremia komt het volk Israël vanwege allerlei zonden terecht in een situatie van oordeel. Lees maar eens mee: Jer. 18: 15-16 “Nochtans heeft mijn volk Mij vergeten; voor wat onwezenlijk is, ontsteken zij offers; zo zijn wij gestruikeld op hun wegen, de oude paden, door te gaan op de paden van een ongebaande weg, zodat zij hun land tot een ontzetting maken, tot een voorwerp van aanfluiting voor altoos; ieder die daar doortrekt, zal zich ontzetten en zijn hoofd schudden”.

 

Slecht nieuws…

 

Dit ziet er heel slecht uit voor Israël. Het woord altoos, in ons taalgebruik altijd, is het Hebreeuwse ‘olam’.

Dit zelfde woord komen we ook verderop in Jeremia tegen en opnieuw in oordelende zin: Jer. 20:11 “Maar de HERE is met mij als een geweldige held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen en niets vermogen; zij staan ten diepste beschaamd, omdat zij hun doel niet bereiken, een eeuwige, onvergetelijke smaad”.

Hier treft de ‘eeuwige’ (olam) smaad de tegenstanders van Jeremia, dit waren de inwoners van Juda.

 

Nog een laatste tekst uit Jeremia, ook weer niet zo’n opwekkende tekst: Jer. 23:39-40 “Daarom zie, Ik hef u zeker op en werp u weg met de stad die Ik u en uw vaderen gaf, van voor mijn ogen, en Ik leg een eeuwige (= olam) smaad op u, een eeuwige (= olam) schande, die niet zal worden vergeten”.

 

Definitief?

 

Het lijkt definitief slecht af te gaan lopen met Juda en de stad Jeruzalem. Maar als we dan verder lezen in het boek Jeremia dan blijkt de eeuwige smaad niet het laatste woord te zijn over Juda en Jeruzalem. Het eindigt juist enorm positief. Lees maar eens mee in Jer. 31:31, 33-34 “Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal… dit is het verbond, dat Ik met het huis Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn… zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken”.

(wordt vervolgd)

 

Meer artikelen...