Wim's talk

In Perspectief - Wim Hoogendijk
Wim Hoogendijk

Wim Hoogendijk

Er zijn van die momenten die wel een eeuwigheid lijken te duren. Ik kan me nog goed herinneren, mijn leven voor de Tom Tom. Ergens in het centrum van Delft moest ik wezen, voor een lezing. Het is donker, regenachtig en ik rij vol goede moed de stad in. Zoals me wel vaker overkomt, is de marge in tijd niet bijzonder groot. Nog tien minuten speling. Kaart op schoot, licht in de auto aan en puzzelen maar. Een klein drama ontvouwt zich. De kaart was thuis veel duidelijker, niet te lezen, auto’s razen aan twee kanten voorbij. Na drie keer de auto stil te hebben gezet en meerdere foute afslagen kom ik voor mijn gevoel een eeuwigheid later toch nog op de plek van de lezing. Ik word daar opgewacht door een vriendelijke maar wat zenuwachtige meneer die bang was dat ik niet meer zou komen.

Tijd is een wonderlijk gebeuren.

Je lichaam kent een aantal interne klokken, die met het stijgen der jaren langzamer gaan lopen. Daardoor lijkt de rest van de wereld te versnellen. Daarnaast kun je als oudere makkelijker dingen herinneren uit de periode tussen je 15e en 25ste levensjaar. Periodes met veel herinneringen lijken altijd veel langer te duren, waardoor het verleden voor het gevoel van een oudere heel lang duurde, terwijl de huidige tijd voorbij lijkt te flitsen”.

Uit: Draaisma, Waarom gaat het leven sneller als je ouder wordt.

Je kent het wel. In de stoel bij de tandarts lijkt een uur wel een eeuwigheid. Maar lekker op de bank kijkend naar een spannende film is datzelfde uur in een ogenblik voorbij.

Het woord eeuwigheid heeft in het dagelijks taalgebruik een gevoelswaarde, je zou bijna zeggen een gevoelstemperatuur, van iets dat heel lang duurt. Maar in werkelijkheid komt er altijd weer een einde aan. Gelukkig maar als je in de stoel van de tandarts zit!

theologie

In de wereld van de theologie en de kerk is er met dit woord eeuwigheid wat vreemds gebeurd. Hier heeft het in de loop van de geschiedenis de betekenis gekregen van ‘iets waar nooit een eind meer aan komt’

(wordt vervolgd)

"Eeuwig" heeft in de theologie de betekenis gekregen van eindeloos. Als het om iets moois gaat, zoals 'eeuwig leven' is dat natuurlijk fantastisch nieuws. Maar als je kijkt naar zo'n akelige middeleeuwse afbeelding van de hel, om maar eens iets te noemen, en je bedenkt dat iemand om wie je veel geeft daar eindeloos zou moeten verblijven, dan wordt het toch heel heel ander verhaal.

Hoe zit het nu eigenlijk precies met de bijbels/joodse wortels van de zogenaamde eeuwigheid?

Het woord eeuwig of eeuwigheid kom je in de Bijbel behoorlijk veel tegen. In het oude testament gaat het dan om het Hebreeuwse woord olam. In het nieuwe testament om het Griekse woord aioon.

Excuus voor alle mensen die houden van een spannend verhaal (hier hoor ik zelf ook bij!) maar we moeten terug naar de roots van deze woorden. Laten we beginnen bij het begin: Olam.

Hoe lezen Joden dit woord olam?

Jeff A. Benner (van het Ancient Hebrew Research Centre) legt uit wat olam voor de oude Hebreeërs betekent:

"Het Hebreeuwse woord olam betekent in de verre toekomst. Als je in de verre toekomst kijkt is het moeilijk om details waar te nemen en wat voorbij de horizon ligt kun je niet zien. Dit concept is de olam. Het woord olam wordt ook gebruikt voor tijd als het gaat om het verre verleden of de verre toekomst, als een tijd die moeilijk te kennen of te ontwaren is. Olam wordt regelmatig vertaald met eeuwigheid of voor altijd, maar in de Engelse taal (ook in de Nederlandse taal) wordt dit ten onrechte opgevat te betekenen een vaste spanwijdte van tijd die nooit eindigt. In de Hebreeuwse geest betekent het eenvoudigweg dat wat zich aan of over de horizon bevind, een erg verre tijd. Een gebruikelijke uitdrukking in het Hebreeuws is 'l olam va'ed' dit wordt meestal vertaald met: voor eeuwig en eeuwig, maar in het Hebreeuws betekent het 'tot de verre horizon en opnieuw', wat wil zeggen: een erg verre tijd en zelfs nog verder'. Deze uitdrukking wordt gebruikt om de gedachte van een erg ver verleden of een erg verre toekomst vorm te geven".

Voor ons belangrijk om vast te stellen dat het erop lijkt dat binnen de Joodse gedachte over olam er geen ruimte is voor het theologische abstracte begrip 'eindeloos'. We kijken nog naar een belangrijk Messiaans geluid over 'olam', Dr. Arnold Fruchtenbaum.

(wordt vervolgd)

 

Dr. Arnold Fruchtenbaum over het concept 'eeuwigheid:

"De eenvoudige basiswaarheid is dat het klassieke Hebreeuws, het Hebreeuws van het oude testament geen term heeft voor het concept van 'eeuwigheid'. Er zijn frases die dit concept weergeven, zoals 'zonder einde', maar er is niet één enkel woord dat het concept eeuwigheid aanduid. Als we ons focussen op de betekenis van de term 'voor eeuwig' dan moeten we een aantal dingen in gedachten houden: Ten eerste, het Hebreeuwse woord voor eeuwig is olam. Dit woord betekent simpelweg; 'een lange periode', 'oudheid', 'toekomst', 'tot het einde van een bepaalde tijdsperiode'. De lengte van olam wordt bepaald door de context. Soms is het de duur van iemands leven, soms is het een eeuw en soms een era (bedeling). Ten tweede. In het Hebreeuws zijn er twee vormen van olam. De eerste vorm is 'le-olam', wat betekent 'tijdens de eeuw' of 'binnen de eeuw'. De tweede vorm is 'ad-olam', wat betekent 'tot een eeuw'. Maar hoe dan ook beide vormen hebben niet de Engelse (of Nederlandse) betekenis van eindeloos. Alhoewel het wel vaak zo vertaald wordt. Het Hebreeuwse woord eeuwigheid heeft niet de betekenis van eindeloos. Het derde wat we in gedachten moeten houden is dat het woord olam, le-olam, of ad-olam, soms gewoon betekent 'tot het einde van een mensenleven'. Bijvoorbeeld, het wordt gebruikt voor het leven van Samuel (1 Sam. 1:22, 2:35), of de levenstijden van David en Jonathan (1 Sam. 20:23), en van David's leven (1 Sam. 27:12, 28:2). Terwijl in het Engels staat 'voor eeuwig', is het duidelijk vanuit de context dat her hier niet gaat om eeuwig in de zin van eindeloos, maar alleen tot aan het einde van de persoon zijn leven. Het vierde dat we in gedachten moeten houden over de betekenis van olam is dat het soms alleen 'een eeuw' of 'een era (bedeling) aanduid. Bijvoorbeeld in Deut. 23:3 wordt de term gebruikt, maar wordt de term beperkt tot tien generaties. Hier heeft het duidelijk de betekenis van 'een eeuw'. In 2 Kron. 7:16, wordt het gebruikt voor de periode van de Eerste Tempel. Concluderend: het woord 'voor eeuwig' betekent in het Hebreeuws niet 'eeuwig' in de zin van eindeloos; maar tot aan het einde van een periode, of het leven van een mens of een eeuw of een era". http://jewishroots.net

Voor wat meer info over Dr. Fruchtenbaum: http://de.wikipedia.org/wiki/Arnold_Fruchtenbaum

(wordt vervolgd)

Enkele mensen zijn er al achter, het feit dat je dit leest betekent dat jij daar één van bent, ik ben na lange tijd weer aan het bloggen geslagen. Voordat ik uitleg waarom en waarheen eerst natuurlijk, ik zou het bijna vergeten: ik wens je het allerbeste toe voor 2014! Al valt het nog niet mee een definitie te geven van wat 'het allerbeste' voor een mens nu eigenlijk precies inhoudt.

Na alle feestdagen zijn we nu op weg naar 'blue-monday'. De laatste maandag van januari. Deze maandag wordt bestempeld als de meest depressieve dag van het jaar. De goede voornemens zijn dan inmiddels bij 95% van ons een langzame dood gestorven en vakantie is verworden tot een verre droom.

Om je alvast wat voor te bereiden op blue-monday een verhaal. Rabbi Nahman van Kosow vertelde een gelijkenis. 'Een ooievaar viel in de modder en was niet in staat zijn poten eruit te trekken, totdat hij op een idee kwam: Heeft hij niet een lange snavel? Hij stak dus zijn snavel in de modder, leunde erop en trok zijn poten eruit. Maar wat had dat voor zin? Zijn poten waren eruit, maar zijn snavel zat vast. Toen kreeg hij een ander idee. Hij stak zijn poten in de modder en trok zijn snavel eruit. Maar wat had dat voor zin? Zijn poten zaten vast in de modder....' (dit is een samenvatting van het gemiddelde management boek, ik heb je net vele uren lezen bespaard!)

De moraal van dit verhaal, aldus Abraham Joshua Heschel: 'Zo is ook de situatie van de mens. Als hij in één opzicht succes heeft, faalt hij in een ander. Wij moeten ons voortdurend voor ogen houden: wij bederven en Hij herstelt. Hoe laakbaar is de manier waarop wij bederven en hoe goed en hoe mooi is de manier waarop Hij herstelt'.

Zo, je wordt in ieder geval niet meer overvallen door blue-monday. Dit betekent trouwens niet dat je de pogingen van de ooievaar niet serieus moet nemen! Hij is altijd vol optimisme en neemt steeds een nieuwe hobbel...

O.K. Waarom ik weer aan het bloggen ben? Het heeft inderdaad te maken met zo'n 'goed voornemen'. Van Ben Tichelaar heb ik begrepen dat als je wilt dat je voornemen meer kans maakt dat het er ook echt van gaat komen, laat het dan aan zoveel mogelijk mensen weten. Mijn voornemen van dit jaar is een experiment. Al jaren loop ik met het idee om het gedachtegoed van In Perspectief eens in een boek om te zetten. Maar als ervaren procastinator (google maar eens op dit woord dan weet je hoe zwaar dit is) heb ik me er nooit toe kunnen zetten dit idee in iets tastbaars om te zetten. Daar gaat nu verandering in komen. Maar niet alleen, als een gezamenlijk experiment. Met wie? Met jou! De komende maanden kun je enkele keren per week een blog verwachten, waarin ik al bloggend het gedachtegoed van In Perspectief op 'papier' toevertrouw. Aan het einde van 2014 is het af en begin 2015 (na de oliebollen) heb je het boek in handen. Even een traantje wegpinken. Ik zou het fantastisch vinden om wat meelezers te hebben om me te bemoedigen om door te gaan, maar ook voor het leveren van commentaar. Wat zijn je vragen, wat moet er in het boek, wat voor aanvullingen heb je bij dat wat ik schrijf. Laten we er een gezamenlijk project van maken. Ik ben inmiddels begonnen met het eerste hoofdstuk: God heeft de tijd.

Tot de volgende blog...

Ook bij Dr. Arnold Fruchtenbaum heeft het begrip olam alles te maken met tijd en niet met het concept van 'eindeloosheid'. Misschien vraag je je af: wat voor punt wil je hiermee maken? Wat maakt het nu uit?

Ik zal proberen mijn punt vanuit wat voorbeelden uit het oude testament duidelijk te maken.

In het Bijbelboek Jeremia komt het volk Israël vanwege allerlei zonden terecht in een situatie van oordeel. Lees maar eens mee: Jer. 18: 15-16 “Nochtans heeft mijn volk Mij vergeten; voor wat onwezenlijk is, ontsteken zij offers; zo zijn wij gestruikeld op hun wegen, de oude paden, door te gaan op de paden van een ongebaande weg, zodat zij hun land tot een ontzetting maken, tot een voorwerp van aanfluiting voor altoos; ieder die daar doortrekt, zal zich ontzetten en zijn hoofd schudden”.

 

Slecht nieuws…

 

Dit ziet er heel slecht uit voor Israël. Het woord altoos, in ons taalgebruik altijd, is het Hebreeuwse ‘olam’.

Dit zelfde woord komen we ook verderop in Jeremia tegen en opnieuw in oordelende zin: Jer. 20:11 “Maar de HERE is met mij als een geweldige held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen en niets vermogen; zij staan ten diepste beschaamd, omdat zij hun doel niet bereiken, een eeuwige, onvergetelijke smaad”.

Hier treft de ‘eeuwige’ (olam) smaad de tegenstanders van Jeremia, dit waren de inwoners van Juda.

 

Nog een laatste tekst uit Jeremia, ook weer niet zo’n opwekkende tekst: Jer. 23:39-40 “Daarom zie, Ik hef u zeker op en werp u weg met de stad die Ik u en uw vaderen gaf, van voor mijn ogen, en Ik leg een eeuwige (= olam) smaad op u, een eeuwige (= olam) schande, die niet zal worden vergeten”.

 

Definitief?

 

Het lijkt definitief slecht af te gaan lopen met Juda en de stad Jeruzalem. Maar als we dan verder lezen in het boek Jeremia dan blijkt de eeuwige smaad niet het laatste woord te zijn over Juda en Jeruzalem. Het eindigt juist enorm positief. Lees maar eens mee in Jer. 31:31, 33-34 “Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal… dit is het verbond, dat Ik met het huis Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn… zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken”.

(wordt vervolgd)

 

Gewoon even tussendoor. Een prachtige uitspraak van Huub Oosterhuis in de Trouw van deze zaterdag:

“De Bijbel is het meest stoutmoedige verhaal uit de menselijke geschiedenis. Bedenk het eens. Dat het goed komt. Wie verzint zoiets?”

Oordeel en herstel

Sodom en Gomorra

Misschien nog wel duidelijker zien we ditzelfde beeld als het gaat om het in de Bijbel beruchte Sodom. Sodom en Gomorra zijn in het dagelijks taalgebruik synoniem aan alles wat verkeerd is. Je kent het verhaal wel uit Genesis 18 en 19. In die tijd, voor de verwoesting, waren Sodom en Gomorra twee welvarende steden. Maar de inwoners geven alleen om zichzelf en laten de zwakken in hun midden creperen. Daarnaast gaan ze zich te buiten in zuippartijen en seksuele uitspattingen. God is daarom van plan de steden te verwoesten.

Onderhandelingen

Abraham probeert het nog te voorkomen. Hij gaat met God onderhandelen. De inzet van Abraham is: ‘ zult Gij de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen’ (Gen. 18: 23). God gaat in op de inzet van Abraham en antwoordt: ‘Indien Ik te Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind, zal Ik de gehele plaats vergiffenis schenken om hunnentwil’.

Je weet hoe het verder gaat. Abraham weet het aantal van vijftig uiteindelijk nog terug te brengen tot tien. Verder valt er niet te onderhandelen. Misschien wel omdat in het Joodse denken tien het minimum aantal is om nog van een volk te kunnen spreken. Je hebt om een dienst in de synagoge te kunnen houden daarom ook minimaal tien Joodse mannen nodig. Alleen Lot en zijn familie worden gered en de rest van Sodom en Gomorra worden verwoest.

Judas

In het kleine boekje Judas, het bestaat slechts uit één hoofdstuk lezen we hoe de situatie van het verwoeste Sodom en Gomorra is: “zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig (aionisch/ op dit woord kom in terug als het gaat over 'eeuwig' in het nieuwe testament, WH) vuur” (vers 7). Het ziet er voor Sodom en Gomorra dus wel heel somber uit.

Onthutsend!

Het lijkt erop dat het nooit meer goed kan komen. Maar dan stuiten we op die onthutsende profetie uit Ezechiël 16. Ga er even rustig voor zitten en lees dit hoofdstuk op je gemak door.

Gelezen?

Misschien had ik je van tevoren even moeten waarschuwen. In de eerste 44 verzen stort de Here God al Zijn frustratie uit over Jeruzalem. De stad die door God uitgekozen was als woonplaats, een geheiligde stad. Jeruzalem heeft het er helemaal bij laten zitten. Ze hebben niet geleefd als geheiligde stad, toegewijd aan de God van Israël. In tegendeel, ze zijn allemaal andere goden achterna gelopen. Hiermee hebben ze de toorn van God opgewekt (zie vers 43). Vanaf vers 44 gaat de profeet, die hier namens God aan het woord is, de situatie van Jeruzalem vergelijken met die van het vernietigde Sodom en Gomorra. De conclusie van deze vergelijking is verontrustend: “Zo waar Ik leef, luidt het woord van de HERE HERE, voorzeker, uw zuster Sodom, samen met haar dochters, heeft niet gedaan wat gij gedaan hebt, samen met uw dochters” (vers 48). Nog erger: “gij hebt meer gruwelen gedaan dan zij” (vers51).

Positief eind…

Ook in deze profetie eindigt het positief. Vanaf vers 53 gaat God een keer brengen in het lot van Jeruzalem. Dat viel te verwachten, ook vanuit de andere profeten (denk aan Jer. 31: 31-34). Maar Hij verbindt het herstel van Jeruzalem aan een daaraan voorafgaand herstel van Sodom en Gomorra! Lees maar mee in vers 53: “En Ik zal een keer brengen in haar lot, het lot van Sodom en haar dochters en het lot van Samaria en haar dochters; en tevens zal Ik een keer brengen in uw lot”.

Hoe nu verder?

Sodom / Gomorra

Wat gaat er dan gebeuren met het herstelde Sodom, Gomorra, Samaria en de dochtersteden? Ze worden, aldus vers 61, ‘dochters van Jeruzalem’. Had je dat ooit gedacht toen je Psalm 87 zong uit de liedbundel voor de kerken? Het vierde couplet gaat over de dochters van Jeruzalem: “Zij zullen saam, de groten met de kleinen, dansend de harpen en cymbalen slaan, en onder fluitspel in het ronde gaan, zingend: "In U zijn al onze fonteinen". Wie had dit gedacht na het lezen van Judas 9. Met andere woorden ‘eeuwig’ is niet altijd!

 

Als wat jullie zeggen waar is, waarom hoor je dit dan zo weinig in de kerk? Wil je dan zeggen dat de kerken het allemaal fout zien? Met andere woorden: wees niet zo eigenwijs en voeg je naar de traditionele leer...

What would Luther do?

Luther spreekt op de Rijksdag te Worms (18 april 1521)

“Alleen getuigenissen van de Heilige Schrift of duidelijke bewijzen kunnen mij in het ongelijk stellen. Want niet de paus, noch de concillies kunnen mij overtuigen, omdat het vaststaat dat zij zich herhaaldelijk hebben vergist en zichzelf hebben tegengesproken. De door mij aangehaalde passages in de Bijbel hebben mij dit inzicht gebracht. En aangezien mijn geweten bepaald wordt door Gods woord, kan ik en wil ik niets herroepen, omdat het gevaarlijk en onmogelijk is om tegen het geweten in te handelen. God helpe mij. Amen.”

(K. Bornkamm, G. Ebeling, Martin Luther, Ausgewählte Schriftten, Band 1, Aufbruch zur Reformation. Frankfurt am Main 1995)

Het antwoord van de gevestigde macht, keizer Karel de vijfde op de toespraak van Luther (19 april 1521):

“Naar het voorbeeld van mijn christelijke voorouders heb ik steeds geleefd. Zo ben ik nu vastbesloten vast te houden aan de leer van de katholieke kerk. Want het is zeker dat één enkele broeder dwaalt, als hij zich keert tegen de mening van de gehele christenheid, omdat die christenheid ander duizend jaar of nog langer zou moeten gedwaald hebben. Nadat we gisteren de rede van Luther hebben gehoord, zeg ik u dat ik het betreur zo lang te hebben geaarzeld tegen hem op te treden. Ik zal hem nooit weer horen. Hij moge zijn vrijgeleide hebben! Maar ik zal hem voortaan als notoire ketter beschouwen en hoop dat u allen als goede christenen hetzelfde zult doen” (klinkt bekend)

(W. Verrelst, Reformatie en katholieke herleving 16e-18e eeuw, Amsterdam 1974)

Misschien ten overvloede nog wat teksten uit het oude testament waar het woord 'olam' gebruikt wordt, maar waar het onmogelijk de betekenis van 'eindeloos' kan hebben. Ik citeer uit de NBG vertaling. Het woord olam heb ik steeds onderstreept.

  • Jona 1:17 “En de HERE beschikte een grote vis om Jona in te slokken; en Jona was in het ingewand van de vis drie dagen en drie nachten”.

Nadat Jona uit de vis tevoorschijn is gekomen is hij enorm opgelucht. In Jona 2 vinden we zijn reactie naar God toe. Jona schrijft onder meer in Jona 2: 6 “Tot de grondvesten der bergen zonk ik neer; de grendelen der aarde waren voor altoos achter mij. Toen trokt Gij mijn leven uit de groeve omhoog, o HERE, mijn God!”

De olam duurt hier 3 dagen en drie nachten.

  • In Exodus 21 gaat het over de rechten van Hebreeuwse slaven. Als een slaaf zes jaar gediend heeft mag hij het zevende jaar als een vrij man vertrekken. Maar als hij in die zes jaar getrouwd is en kinderen heeft mogen die niet vertrekken. Hij mag in zijn eentje vertrekken. Mocht hij dan toch maar liever bij zijn vrouwen en kinderen blijven dan mocht dat. Dan kreeg hij met een priem een gaatje in zijn oor. Hoe dit in zijn werk ging leven we in Exodus 21:6

“Dan zal zijn heer hem bij de goden brengen, hij zal hem bij de deur of de deurpost brengen, en zijn heer zal zijn oor met een priem doorboren en hij zal hem voor altijd dienen.”

De olam duurt hier de rest van de slaaf zijn aardse leven.

(wordt vervolgd)

Koning Salomo mag voor God een tempel bouwen in Jeruzalem. Hij heeft er zeven jaar aan gebouwd en het is eindelijk af. Nadat hij het af heeft verschijnt God aan Salomo en doet hem een bijzondere belofte. In 2 Kronieken 7: 15-16 “Thans zullen mijn ogen geopend zijn, en zullen mijn oren luisteren naar het gebed te dezer plaatse. Thans heb Ik dit huis verkoren en geheiligd, opdat mijn naam daar zij tot in eeuwigheid”.

Bij de inwijding van de tempel houdt Salomo een toespraak voor het volk, hij zegt daar: “De HERE heeft gezegd in donkerheid te willen wonen; voltooid heb ik de bouw van het huis U ter woning, een vaste plaats om daar eeuwig te wonen” (1 Koningen 8: 12-13)

Toch wordt de tempel van Salomo verwoest. En ook de tempel die daarna wordt gebouwd en er stond in Jezus dagen is verwoest.

God woonde in de tempel, maar niet voor altijd. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan een uitspraak die Jezus deed tegenover een Samaritaanse vrouw: “Geloof mij vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden.” Deze tijd was al heel snel. In het jaar 70 na Christus wordt de tempel in Jeruzalem verwoest door de Romeinen. Stefanus bevestigt later de uitspraak die Jezus eerder gedaan had. Hij was opgepakt en moest voor de Joodse Raad komen. Hij mocht een verdedigingsrede houden. In deze rede probeert hij uit te leggen vanuit de geschiedenis van Israël dat Jezus echt de beloofde Messias is. Een opmerkelijke uitspraak aan het einde van zijn rede is: “De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt” (Hand. 7:48). Als Paulus jaren later op een van zijn zendingsreizen in Athene komt en daar een toespraak houdt tegenover een grote groep Griekse denkers sluit ook hij hier op aan, en zegt: “De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt”. (Hand. 17:24)

De olam duurt ongeveer 1000 jaar.

(wordt vervolgd)